Taal op school

Waarom taal belangrijk is

Taal speelt een belangrijke rol in ons leven. Je hebt taal nodig om te kunnen spreken en luisteren. We gebruiken taal om te praten met anderen, met taal kunnen we onze gevoelens uitdrukken. Ook voor kinderen is taal belangrijk. Met taal kan je kind praten met andere kinderen en volwassenen. Als een kind achterblijft in de taal en niet kan communiceren, kan er een achterstand ontstaan. Dit kan ook gevolgen hebben voor het gelukkig zijn van je kind en voor het denkvermogen van je kind. Daarom is het belangrijk dat je kind taal leert op school. Kinderen leren spreken, lezen, schrijven en ze leren van alles over taal.

Alle leerlingen krijgen op school vakken die wettelijk verplicht zijn. Deze vakken zijn door de Nederlandse overheid beschreven in kerndoelen. Deze kerndoelen zijn de richtlijnen en minimum eisen voor het onderwijs en geven het niveau aan van kennis en vaardigheden. De kerndoelen zijn streefdoelen, ze geven aan wat je kind aan het einde van de basisschool moet weten (SLO).

Kerndoelen voor taal

Kerndoel 1
De leerlingen leren luisteren in verschillende luistersituaties en naar verschillende soorten teksten. Het kan gaan om het luisteren naar monologen of het luisteren naar gesprekken tussen twee of meer personen. De leerlingen leren om de informatie uit de gesprekken aan anderen over te dragen of met een duidelijke structuur op te schrijven.
Voorbeeld:
• De kinderen beantwoorden vragen tijdens het voorlezen.

Kerndoel 2
De leerlingen leren om hun bedoeling over te brengen/te vertellen, zich uit te drukken. Ze leren daarbij rekening te houden met het doel, het publiek, de opbouw, de juiste uitspraak en levendigheid, het gebruik van passende woorden en zinnen, hun houding, intonatie en mimiek.
Voorbeeld:
• De kinderen vertellen over een boek dat ze hebben.

Kerndoel 3
De leerlingen leren om kritisch te luisteren naar wat er gezegd wordt, om hierover een oordeel te vormen en om een met argumenten onderbouwde reactie hierop te geven.
Voorbeeld:
• De kinderen geven hun mening over bijvoorbeeld een boek dat ze hebben gelezen.

Kerndoel 4
De leerlingen leren informatie te halen uit verschillende boeken of van internet en leren deze te begrijpen.
Voorbeeld:
• De kinderen leren te zoeken volgens de volgorde van het ABC.

Kerndoel 5
De leerlingen leren dat je iets kunt schrijven met verschillende doelen en dat er verschillende soorten teksten zijn.
Voorbeeld:
• De kinderen schrijven een gedichtje.

Kerndoel 6
De leerlingen leren om te herlezen, onderstrepen, samenvattingen, aantekeningen en schema’s te maken en vragen te stellen.
Voorbeeld:
• De kinderen maken een werkstuk.

Kerndoel 7
De leerlingen leren informatie uit gelezen teksten te vergelijken en te beoordelen.
Voorbeeld:
• De kinderen schrijven een verhaal over de vakantie en vergelijken deze met elkaar.

Kerndoel 8
De leerlingen leren brieven, verslagen, formulieren en werkstukken schrijven.
Voorbeeld:
• De kinderen schrijven een brief aan hun opa of oma.

Kerndoel 9
De leerlingen genieten van het lezen en het voorgelezen worden en het schrijven van verschillende soorten teksten.
Voorbeeld:
• De kinderen vinden het fijn om voorgelezen te worden.

Kerndoel 10
De leerlingen leren lezen, schrijven, spreken en luisteren.
Voorbeeld:
• De kinderen kijken hun spellingsdictee zelf na en verbeteren de fouten.

Kerndoel 11
De leerlingen leren de spellingsregels en hoe ze goede zinnen kunnen schrijven.
Voorbeeld:
• De kinderen leren de ‘jager-regel’ via een YouTube-filmpje.

Kerndoel 12
De leerlingen leren woorden te begrijpen en te gebruiken.
Voorbeeld:
• De kinderen weten bijvoorbeeld wat het woord ‘helpen’ betekent.

Leerlijnen en tussendoelen

Leerlijnen en tussendoelen worden via wettelijke kaders van de onderwijsinhoud gevormd. Je kunt deze nalezen en bekijken op: www.slo.nl. Dit zijn veplichte leerlijnen waar scholen mee moeten werken. Ze worden onderverdeeld in de jaargroepen waarin de leerling zich bevindt. In de leerlijnen staat omschreven wat een leerling moet kennen en kunnen. Om het gemakkelijker te maken staan er ook tussendoelen beschreven.

Hier vind je een voorbeeld van een leerlijn op het gebied van lezen voor kinderen uit groep 3 en 4:

Wat doen de kinderen?

De kinderen oefenen het technisch lezen aan de hand van de methode voor aanvankelijk lezen. Ik de fase van het aanvankelijk lezen leren de kinderen nieuwe woorden te analyseren in grafemen (kleinste deel van een woord, red.) en dit gebeurt eerst heel precies: letter voor letter wordt geanalyseerd volgende de elementaire leeshandeling. Later wordt die elementaire leeshandeling verkort; kinderen lezen clusters en spellingspatronen direct, zonder analyse.

  • Ze lezen elke dag vrij in eigen gekozen verhalende of informatieve boekjes op hun leesniveau (beheersniveau) (SLO).

Wat doet de leraar?

De leraar geeft instructie in technisch lezen en in woordidentificatietechnieken. In groep 3 leert ze de kinderen woorden met bepaalde lettercombinaties (clusters) en spellingpatronen snel te identificeren, zodat kinderen de clusters en spellingpatronen zoveel mogelijk als een eenheid herkennen. Ze biedt oefeningen aan met woorden die aan het begin of aan het einde uit twee of meer medeklinkers bestaan, zoals straat, barst, verf. In groep 4 biedt de leraar veel oefeningen in het lezen en schrijven van tweelettergrepige woorden met een open lettergreep, zoals horen, beren, dagen, en in het lezen en schrijven van drielettergrepige woorden met een open lettergreep, zoals overal, vreselijk, beregoed. Ze heeft als streefdoel dat alle kinderen aan het eind van groep 3 op minimaal AVI-E3 beheersingsniveau lezen en aan het eind van groep 4 op minimaal AVI-M4 beheersingsniveau.

  • De leraar geeft kinderen veel gelegenheid voor zelfstandig lezen zodat ze leeservaring opdoen en zo bevorderen dat het leesproces zo snel mogelijk geautomatiseerd raakt.
  • Ze zorgt voor afwisselende werkvormen bij het lezen: individueel lezen, duo lezen, tutorlezen, lezen in heterogeen samengestelde groepjes.
  • Ze leert de kinderen het alfabet.
  • De leraar signaleert aan de hand van de toetsen op meetmomenten zoals die in het Protocol Leesproblemen en Dyslexie worden voorgesteld, welke kinderen problemen hebben met lezen en spellen. Ze begeleidt en stimuleert de zwakke lezers extra, aan de hand van de aanwijzingen in het Protocol, zoals het bieden van (individuele) hulp aan de instructietafel, terwijl de rest van de groep zelfstandig aan het werk is. Ze zorgt voor compenserende en dispenserende maatregelen/hulpmiddelen voor dyslectische kinderen in groep 4, zodat deze kinderen bij functionele lees- en schrijfactiviteiten hun zwakke lees- en spellingvaardigheden kunnen compenseren en/of dispenseren.

In Nederland zitten steeds meer kinderen op school die Nederlands als tweede taal hebben (NT2). Dit wordt meertalig genoemd (Van Koeven, 2021). Omdat meertaligheid steeds meer voorkomt, heeft dit ook invloed op het onderwijs in taal en lezen. Op school wordt Nederlands gesproken, maar alle verschillende talen zijn van waarde en kunnen ook voor de school van waarde zijn.